Back Button

Deze gevelsteen is binnen in het pand geplaatst!

De gevelsteen van DE BOER in zijn zondagse pak, versierd met strikjes en gespen, die trots wijst naar wat vermoedelijk een boterton moet zijn, was tot voor kort als latere toevoeging ingemetseld in een vroegere stalmuur achter het huis.
Een vreemde plek voor die steen en hij is dan denkelijk ook afkomstig van Muntstraat 7, dat "in den boer" als huisnaam voerde. Dat was het geboortehuis van Maria Aldegonde Hoeberechts, die in 1825 trouwde met Petrus Regout en dat verklaart mogelijk de aanwezigheid van deze steen hier op deze plek.



Gezien de zwierige versiering in Lodewijkstijl aan weerskanten en de kleding van de boer is de voorstelling 18e eeuws, maar eigenaardig genoeg is de stijl van de opgelegde letters in het onderschrift meer 19e eeuws (een latere toevoeging?).

Er is verder nog veel te ontdekken aan het vroegere buitenhuis op landgoed De Kanjel (Mariënwaard 61) dat Petrus Regout in 1862 aankocht; waar hij nog het nodige aan liet verbouwen en er de ietwat vreemde en buitenissige naam La Grande Suisse aan gaf.
Maar van voor zijn tijd is de afbeelding van de godin met leeuw in het fronton van de voorgevel en het chronogram dat in twee gedeeltes terug te vinden is op de glorietsjes (theekoepeltjes) in de tuin.  

Afgebeeld in het fronton van La Grande Suisse is niet de godin van de vrede, maar de van oorsprong Kleinaziatische natuurgodin Cybele. Door de Romeinen werd zij vereerd als de Magna Mater, de Grote Moedergodin die sinds het begin van de 2e eeuw v.C. haar tempel had op de Palatijn, het bestuurs- en religieuze centrum van Rome.
In de oudheid werd de godin afgebeeld op een door leeuwen geflankeerde troon of zittend op een leeuw, staande tussen leeuwen of rijdend in een met leeuwen bespannen wagen. Meestal draagt zij op haar hoofd een kroon (in de regel een muurkrans, symbool van de stadsmuur) en houdt zij in haar hand een scepter of een hoorn van overvloed. Hier bij la Grande Suisse houdt zij in de andere hand nog een lans ter verdediging van de stad.
Het fronton-reliëf bevestigt het idee dat de bouwer van dit buitenhuis (Jacques de Mewen of een voorganger?) een leidende positie had in Maastricht.

Theehuisjes met chronogram

Op de twee glorietsjes (theehuisjes) in de tuin vinden we het chronogram
sIt gaUDIUM rUrI - qUIbUs CUra traIeCtI
dat het jaartal 1736 geeft en zo veel kan betekenen als:

MOGE ER VREUGDE ZIJN OP HET PLATTELAND (of HUN BUITEN) VOOR DIEGENEN DIE ZORG DRAGEN VOOR MAASTRICHT

of:

MOGEN DE BESTUURDERS VAN MAASTRICHT EEN AANGENAAM VERBLIJF HEBBEN OP HUN BUITEN

of:

BESTUURDERS VAN MAASTRICHT, VEEL PLEZIER BIJ DE BOEREN

(vertalingen: Ben Bongers)

De tekst slaat op een bekend thema uit de Romeinse poëzie, dat het stadsleven vol beslommeringen afzette tegen het rustige platteland (tenminste voor diegene die daar niet als boer zijn brood hoefde te verdienen). In de 18e eeuw paste het prima in de tijdgeest. Was het niet Marie-Antoinette die in de paleistuin een idyllisch boerderijtje liet bouwen om daar herderinnetje te spelen?
Het was toen tevens gebruikelijk dat aanzienlijke families een buitenplaats bezaten ter aangename verpozing en het onthalen van gasten, een zogenaamd maison de plaisance. In 1733 was dit buitenhuis - toen nog de grote Kanjel geheten - in het bezit van Jacques de Mewen, die het in 1736 liet verbouwen en het jaartal in een chronogram liet vastleggen.

Wilt u een bijdrage leveren?

Heeft u aanvullende informatie over deze steen of een betere suggestie voor de vertaling? Deel deze met ons via onderstaand formulier. Wij zullen u bijdrage zorgvuldig beoordelen en u hiervan op de hoogte houden.

Velden gemarkeerd mer een (*) zijn verplicht
Bedankt voor uw bijdrage!
Oops! Something went wrong while submitting the form.
Donateur worden?

Om de financiering van de lopende kosten nu en in de toekomst mogelijk te maken, kunt u ons steunen en zich aanmelden als donateur van onze stichting.

Steun ons